De kwaliteit van het onderwijs

In onze kwaliteitszorg gaan we na wat de resultaten zijn van ons onderwijs: doen wij de goede dingen, en doen wij de dingen goed. De ‘goede dingen’ zijn verwoord in het schoolplan/ de schoolgids. De uitgangspunten van ons onderwijs zijn gebaseerd op het ‘streefbeeld’ dat we als team hebben vastgesteld. Het team voelt zich verantwoordelijk voor de resultaten en de stappen die genomen worden om de kwaliteit te verbeteren. Dit betekent ook dat er conclusies worden getrokken en maatregelen worden genomen op individueel /leerkrachtniveau en schoolniveau.

Kwaliteit op De Regenboog vertaalt zich naar een aantal gebieden:
• Het gebruik van moderne methoden. Deze worden in een cyclus van tien jaar vervangen.
• Het aanschaffen van materiaal voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften (orthotheek).
• Het inzetten van geschikt personeel.
• Het leerlingvolgsysteem
• Het hanteren van drie kwaliteitscycli
• De leeromgeving (de school, de lokalen, het schoolplein)
• De opbrengsten van ons onderwijs.

De doelen van onze kwaliteitszorg
Ten aanzien van vorenstaande gebieden van kwaliteitszorg zijn onze doelstellingen als volgt:

Methoden:
Wij willen onze leerlingen de kennis en vaardigheden aanleren die nodig zijn voor een goede start in het vervolgonderwijs passend bij hun capaciteiten en belangstelling. Wij vinden prestaties belangrijk, maar dan wel prestaties gedefinieerd binnen de eigen ontwikkelingsmogelijkheden van iedere leerling. Wij kiezen methoden die ons deze mogelijkheden bieden en vervangen ze in een cyclus van tien jaar.

Orthotheek:
Kinderen met specifieke zorg hebben ook specifieke materialen nodig naast de reguliere methoden. De kwaliteit en diversiteit ervan dienen, om zoveel mogelijk kinderen van de juiste materialen te kunnen voorzien, optimaal te zijn. De school is actief, met eventuele deskundigheid van externen, naar het zoeken van deze materialen.

Personele bezetting:
De school zet geschikt (gekwalificeerd) personeel in, met verschillende capaciteiten, op een plaats waar deze het beste tot hun recht komen. Al zijn de methoden nog zo modern, goed onderwijs valt of staat met de kwaliteit van het onderwijzend personeel. Om deze kwaliteit met elkaar te bewaken, schenken wij aandacht aan de volgende punten:
- Een sollicitatiecommissie zorgt aan de hand van een gericht sollicitatiebeleid voor
kwalitatief goed nieuw personeel.
- Nascholingscursussen voor de leerkrachten zorgen ervoor, dat zij “bij de tijd” blijven. Middels een persoonlijk bekwaamheidsdossier werkt elke individuele leerkracht aan zijn persoonlijke ontwikkeling als professional.
- Jaarlijks vinden er tussen de directie en de leerkrachten functioneringsgesprekken plaats.
- In verschillende samenstellingen hebben de leerkrachten regelmatig onderling overleg.

De groepsleerkracht verzorgt primair het onderwijsproces in de groep: bereidt de lessen voor, geeft les, begeleidt leerlingen en houdt hun vorderingen bij. Vanwege zijn/haar opleiding is de leerkracht de aangewezen persoon om kinderen die meer begeleiding nodig hebben dan de “doorsnee”-leerling, die aandacht dan ook te geven. In overleg met collega’s of met andere deskundigen bepaalt de groepsleerkracht welke zorg moet worden ingezet en op welk moment. Omdat de groepsleerkracht en de ouders partners zijn in het ontwikkelingsproces van kinderen, behoort het contact onderhouden met ouders tot de taak van de leerkracht. Extra ondersteuning kan door groepsleerkrachten van andere groepen gegeven worden.

Het leerlingvolgsysteem:
Het leerlingvolgsysteem is een manier van registreren van allerlei gegevens van kinderen waardoor hun ontwikkeling in beeld gebracht wordt.
Deze gegevens worden verkregen uit observaties en toetsen.
Voor de groepen 2 t/m 8 zijn er voor de diverse vakgebieden toetsen (Cito) op een vast moment in een schooljaar. De resultaten hiervan worden ondergebracht in leerling- en groepsprofielen. Zo ontstaat er een duidelijk zicht op de ontwikkelingen van de kinderen als individu en als groep. Daarnaast geven de methodieken door middel van diverse controlemomenten een beeld van de vorderingen. Het totaal aan gegevens is uitgangspunt voor het aanbieden van specifieke zorg.
In groep 7 en 8 worden de Cito entree- en eindtoets afgenomen om nog meer inzicht te krijgen in het kunnen van de kinderen in verband met de schoolkeuze na de basisschool.
Van iedere leerling wordt een dossier bijgehouden. Daarin worden gegevens opgenomen over het gezin, de leerlingenbesprekingen, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen en toets- en rapportgegevens van de verschillende jaren.

De kwaliteitscycli
De school hanteert drie kwaliteitscycli om het door haar gegeven onderwijs en de opbrengsten daarvan te meten en te evalueren. Op basis van deze gegevens worden (verbeter)plannen gemaakt die opgenomen worden in de beleidsplannen voor de komende jaren (schoolplan). De kwaliteitscycli zijn:
1. Quickscan: deze richt zich op de verschillende beleidsterreinen die te onderscheiden zijn en waar een school op getoetst kan worden (inspectie). In deze cyclus van vier jaar wordt de teamleden middels indicatoren gevraagd de beleidsterreinen te waarderen (zelfreflectie). De scores laten zien op welk beleidsterrein verbetering/ verandering noodzakelijk is.
2. Vragenlijst sociale veiligheid en tevredenheidsonderzoek: de vragenlijst sociale veiligheid (voor ouders, leerkrachten en leerlingen) geeft informatie over het welbevinden en de veiligheid op school. Dit is een cyclus van twee jaar. Het tevredenheidsonderzoek is een cyclus van vier jaar en meet de tevredenheid van ouders, leerlingen en teamleden.
3. Kwaliteitskaarten: in een cyclus van vier jaar worden voor verschillende beleidsterreinen kwaliteitskaarten opgesteld. Een kwaliteitskaart is een gedetailleerde beschrijving hoe de school handelt/ omgaat met zaken binnen een beleidsterrein.
Dit wordt door de teamleden binnen de school gedragen en als zodanig nageleefd. Monitoring vindt plaats door de directie. Tijdige evaluaties kunnen ertoe bijdragen dat deze kaarten tussentijds worden bijgesteld. De kaarten geven ook aspecten van kwaliteitsverbetering aan. Zowel op school-, team-, als individueel niveau.

In de schoolgids zijn bovengenoemde cycli uitgezet over de komende jaren (schoolplan 2011-2015).

De leeromgeving:
De school zorgt voor een optimale leeromgeving door de kwaliteit van het schoolgebouw en zijn omgeving op peil te houden en daar waar mogelijk te verbeteren.

De opbrengsten:
Elke school streeft naar zo hoog mogelijke opbrengsten. Dit is enkel te bewerkstelligen als de opbrengsten regelmatig geëvalueerd worden. Aanpassing van het onderwijsaanbod of een andere onderwijskundige benadering kan het gevolg zijn. We streven ernaar bij elk kind alles eruit te halen naar de capaciteiten van het kind.
De score van de CITO- eindtoets zoals die in groep 8 jaarlijks wordt afgenomen geeft een indicatie van het niveau van een leerling of een groep ten opzichte van leeftijdsgenootjes in Nederland. Deze toets is erop gericht een onafhankelijk inzicht te geven met betrekking tot een juiste keuze voor vervolgonderwijs. Een overzicht van de laatste drie jaar:

Jaar:          Score De Regenboog:          Landelijk gemiddelde:
2009                   537,2                                      535
2010                   541,2                                      534,9
2011                   540,5                                      535,1

De leerlingen zijn de laatste 3 jaren naar de volgende vormen van vervolgonderwijs verwezen (in aantal):

                              2009          2010          2011
VWO                         12               6              11
HAVO                        10             11              21
VMBO* TL                   9               9               6
KB                             3                4               
BB                             3                4               3
Praktijk onderwijs


* Het VMBO is onderverdeeld in volgende leerwegen: - theoretische leerweg
- kader beroepsgerichte leerweg
- basis beroepsgerichte leerweg

Kwaliteitsbewaking en -verbetering
Ten aanzien van de in de voorgaande paragraaf geformuleerde doelstellingen van kwaliteit hanteert de school de volgende vormen en instrumenten voor bewaking en verbetering van haar onderwijs:

Methoden:
Een nieuwe methode dient altijd een verbetering van de oude te zijn en dient gericht te zijn op de actuele ontwikkelingen binnen het onderwijs en de maatschappij. Alleen dan is er sprake van verbetering van het onderwijs.
Bij het kiezen van een nieuwe methode gaat een werkgroep met een opdracht aan de slag. Na bestudering van nieuwe methoden wordt in een vergadering verslag naar elkaar uitgebracht in de vorm van een presentatie. Daarna volgt een keuze of nadere bestudering. In het eerste gebruiksjaar worden enkele evaluatiemomenten belegd om de ervaringen met de nieuwe methode met elkaar te bespreken en elkaar van adviezen/ ideeën te voorzien. Na dat eerste jaar gebeurt dit op verzoek van leerkrachten en naar behoefte.

Orthotheek:
De interne begeleider is verantwoordelijk voor de (inhoud van de) orthotheek. Met haar deskundigheid volgt zij de ontwikkelingen op de voet. Daarvoor raadpleegt zij regelmatig externe deskundigen. Indien de school aan een materiële onderwijsbehoefte niet kan voldoen, zal zij, op voorstel van de interne begeleider, desbetreffende materialen aanschaffen binnen de daarvoor beschikbare financiële middelen. Ingebruikname wordt door de IB’er gecoördineerd.

Personeel:
Voor de begeleiding van leerkrachten is een protocol opgesteld (bestuursniveau). Ten aanzien van kwaliteitsbewaking het volgende:
• Door functioneringsgesprekken en klassenconsultaties door de directie wordt het functioneren van de individuele leerkrachten bewaakt (schriftelijke vastlegging).
• Helder beschreven taakstellingen en functies (directeur, IB’er, ICT’er, bouwcoördinator) en taakbeleid (klasgebonden en niet klasgebonden taken)
• Structureel teamoverleg (plenair of per bouw) met schriftelijke vastlegging
• (Na)scholing als team (studiedagen) en/ of per individu

Het is belangrijk als team/ als leerkracht nieuwe ontwikkelingen te allen tijde kritisch te volgen en acties te ondernemen indien men ervan overtuigd is dat ‘iets’ een verbetering van het onderwijs zou kunnen betekenen.
De directie en het managementteam spelen hierin een stimulerende rol.

Het leerlingvolgsysteem:
De intern begeleider ‘bewaakt’ het leerlingvolgsysteem. Te denken valt aan het gebruik door de collega’s (doet iedereen het consequent en volgens afspraak), het functioneren (door gezamenlijke evaluaties en individuele gesprekken worden ervaringen kenbaar en moeten er wellicht acties worden ondernomen) en de nieuwe ontwikkelingen (aanpassingen en vernieuwingen).
In de gesprekken die de IB’er structureel met de leerkrachten individueel heeft en eventueel belegde teambesprekingen, zijn genoemde aspecten van het LVS gespreksonderwerp. Op haar initiatief worden acties ten aanzien van het LVS ondernomen. Een goed en modern functionerend LVS heeft een verbetering van het volgen van het onderwijs tot gevolg.

De kwaliteitscycli
De school wil goed basisonderwijs geven.
Daarom hanteren we een systematisch kwaliteitsbeleid. Dat houdt in dat we kwaliteit meten.
• We hanteren een instrument (werken met kwaliteitskaarten van Cees Bos) om de kwaliteit van het werk te controleren, in een cyclus van vier jaar, waarbij elk beleidsterrein aan bod komt. Vervolgens kiest de school onderwerpen ter verbetering en maakt plannen. In het schoolplan staan die voor meerdere jaren uitgewerkt.
• We vergelijken de resultaten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem met landelijke normen.
• We gebruiken enquętes (vragenlijst sociale veiligheid voor leerlingen, ouders en leerkrachten) om te weten te komen hoe het met de sociale veiligheid is gesteld (2-jaarlijks).
• We volgen de leerlingen in het voortgezet onderwijs en vergelijken de verwachtingen met hun resultaten (jaarlijks).
• We hanteren een instrument om de tevredenheid van ouders, leerlingen en leerkrachten te peilen (Tevredenheidsonderzoek, eens per 4 jaar).
• We stellen per jaar kwaliteitskaarten op om het onderwijs en werkwijze vast te leggen en te verantwoorden (WMK van Cees Bos).

Deze cycli zijn opgenomen in het schoolplan 2011/2015

De leeromgeving:
Jaarlijks worden er keuringen gedaan van het schoolplein en het schoolgebouw. Verschillende instanties worden ingezet om te zien in hoeverre de school, het schoolplein en de daarbij behorende speeltoestellen nog voldoen aan de door de wetgeving aangegeven richtlijnen. De resultaten die daaruit voortvloeien worden meegenomen in de plannen voor de toekomst.
Voor het geven van goed onderwijs is een rijke en uitdagende maar ook veilige leeromgeving een must. Daarom streven wij dit ook altijd na.

De opbrengsten:
Bij het bewaken van de opbrengsten spelen diverse bronnen een rol:
1. Gegevens uit de groepsmap (gegevens van methodetoetsen en waarderingen/ observaties van de leerkracht
2. Gegevens uit het leerlingvolgsysteem (methode-onafhankelijke toetsen)
3. Gegevens uit individuele of op een groep(je) gerichte handelingsplannen (inclusief evaluatie)
4. Gegevens van (gesprekken met) ouders
5. Citoscores van entreetoets groep 7 en eindtoets groep 8
6. Gegevens vanuit het voortgezet onderwijs van oud-leerlingen van de school
7. Opmerkingen en aanbevelingen van de inspectie
8. Gegevens vanuit de kwaliteitscycli

Door er structureel aandacht te besteden en een kritische houding aan te nemen ten opzichte van bovengenoemde bronnen onderneemt de school acties om haar onderwijs, en dus uiteindelijk de opbrengsten, te verbeteren:

Ten aanzien van punt 1, 2, 3, en 4: In de leerlingbesprekingen (per bouw en plenair) en de reguliere contacten tussen IB-ers en leerkrachten worden deze gegevens besproken en geëvalueerd. Aanpassing ter optimalisering van het onderwijsaanbod kan volgen.
T.a.v. punt 5: Zodra de gegevens beschikbaar zijn, worden deze in teamverband besproken en wordt bepaald of er acties ter kwaliteitsverbetering ondernomen moeten worden.
T.a.v. punt 6: Enkele scholen van het voortgezet onderwijs leveren ons gegevens aan van onze oud leerlingen. Indien deze gegevens na analyse opvallendheden vertonen dan worden deze centraal besproken. Zo nodig worden n.a.v. deze analyse verbeterplannen opgesteld.
T.a.v. punt 7: Opmerkingen en aanbevelingen van de inspectie worden besproken en opgenomen in de beleidsplannen voor de komende jaren.
T.a.v. punt 8: De gegevens die gegenereerd worden uit de drie kwaliteitscycli, worden geanalyseerd en omgezet in beleidsplannen voor de komende jaren.

De Rijksinspectie
De inspectie van het onderwijs kent drie arrangementen van toezicht. De Regenboog valt onder het reguliere toezicht (het zgn. basisarrangement) wat betekent dat de school aan de te verwachten opbrengsten voldoet. De andere arrangementen omvatten een scherpere vorm van toezicht. De inspectie verkrijgt haar gegevens door een bezoek aan de school waar gesprekken plaatsvinden met de directie, IB-ers, leerkrachten, leerlingen en ouders. Soms worden lessen geobserveerd en ook de diverse documenten krijgen aandacht. De resultaten verschijnen in een schoolrapport, dat via internet in te zien is.
De resultaten van het onderwijs
De scores van onze leerlingen bij de Cito-toets in groep 8 liggen meestal boven de landelijke norm. De resultaten zijn voor ons belangrijk om te zien of de ontwikkeling van kinderen goed verloopt en of het onderwijs dat wij geven aansluit bij de kinderen. We hebben contacten met het voortgezet onderwijs om dit te evalueren.
Wij zijn van mening dat een school, wat resultaten betreft, van meer afhankelijk is dan van goed onderwijs alleen. Belangrijker dan de uitslag op zich, is de zorg voor een goede aansluiting bij het voortgezet onderwijs. Tot nu toe gaan de meeste leerlingen naar het Vlietland College in Leiden en het Adelbert College in Wassenaar. Leerlingen die naar het voorbereidend beroepsonderwijs gaan, bezoeken die school meestal in Leiden.

Plannen schooljaar 2011/2012 (uit: Schoolplan 2011-2015)
In de schoolgids is te zien op welke beleidsterreinen de school plannen heeft geformuleerd ter verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs.