Wat leren de kinderen?
Het onderwijsprogramma
Ons onderwijsprogramma omvat diverse vakgebieden waaronder o.a. schrijven, lezen, rekenen, taal, gym, enz.
Voor alle vakken zijn de door het ministerie geformuleerde kerndoelen en tussendoelen uitgangspunt.
Groep 1 en 2
In deze groepen wordt gewerkt met verschillende materialen en vaak met thema’s. We kiezen altijd onderwerpen uit het dagelijkse leven, bijvoorbeeld herfst, dieren, Sinterklaas en ,”je huis”, waardoor kinderen zich spelenderwijs ontwikkelen. Naast het werken in themavorm besteden we tijd aan het werken met ontwikkelingsmaterialen. Dit is van groot belang, omdat de kinderen dan heel gericht met specifieke doelen bezig zijn. Ieder materiaal heeft één of meerdere doelen in zich.
De ‘oudste’ kleuters werken ook aan allerlei voorwaarden die nodig zijn voor groep 3. Deze voorbereidingen zijn vaak in spelvorm, zodat het kind ongemerkt oefent. Het zijn activiteiten met betrekking tot taal/lezen, schrijven en rekenen. Kinderen kiezen een materiaal of krijgen dat aangeboden. Zij werken er individueel mee of in een groepje.
Het sociale aspect neemt een heel belangrijke plaats in. Elke dag is er tijd ingeruimd voor bewegingsonderwijs. Bij mooi weer is dat buiten, anders in de speelzaal, waar allerlei materialen uitnodigend worden aangeboden.
Tevens is er elke dag ruimte voor creativiteit, muziek en toneel/drama.
Kinderklanken
In de kleutergroepen wordt gewerkt met het programma ‘Kinderklanken”. Daarmee werken we gericht met de kinderen uit groep 1 en 2 om volgende doelstellingen te bereiken:
• Het stimuleren van de ontluikende geletterdheid: om ook bij kinderen waarbij zich dit niet spontaan ontwikkelt ervoor te zorgen dat de leesvoorwaarden aanwezig zijn aan het begin van groep 3, zodat het leesproces in groep 3 goed start.
• Het stimuleren van de woordenschat: omdat een grote woordenschat een positieve invloed heeft op het leerproces van een kind (o.a. zaakvakken, instructie, aanvankelijk lezen, begrijpend lezen).
In iedere kleutergroep hangt een kalender met 10 kalenderbladen, waar per kalenderblad allerlei oefeningen worden aangeboden, waarbij een klank en een thema centraal staan. Naast creatieve activiteiten, liedjes, prentenboeken en spelletjes rondom de klank en het thema (bijv. de /m/ van muis/dieren) worden veel oefeningen aangeboden waarbij het luisteren centraal staat. Verder worden er nieuwe woorden aangeboden en geoefend die passen bij het thema. Veel herhaling van deze woorden in spelvorm is belangrijk.
Deze variatie aan spelletjes is van groot belang voor het kunnen starten met het leesproces in groep 3.
Groepen 1 t/m 8
• Sociale redzaamheid (methode: SOEMO-kaarten):
Dit vak is als voorbereiding op de toekomst van het kind van groot belang. Het aanleren van sociale vaardigheden staat centraal. Ook gedrag in het verkeer valt hier onder.
• Bevordering van gezond gedrag:
Elk jaar is er op school een projectweek waarin in alle groepen een bepaald onderdeel wordt uitgewerkt, bijvoorbeeld sport, voeding, hygiëne, enz. Tevens besteden we aandacht aan eten en drinken dat naar school wordt meegenomen en gezonde traktaties.
• Burgerschap en sociale integratie:
Op “De Regenboog” besteden we aandacht aan burgerschap en sociale integratie. Hierin staan de drie hoofdbegrippen democratie, actieve participatie en identiteit centraal. Burgerschap en sociale integratie komt aan bod bij catechese en bij de vakken wereldoriëntatie en geschiedenis waaronder staatsinrichting. Het is de bedoeling leerlingen te laten nadenken over hun eigen rol als burger van Nederland, over welke verantwoordelijkheden zij hebben en hoe ze omgaan met de wereld om hen heen. Er worden voor alle groepen diverse buitenschoolse activiteiten georganiseerd welke bijdragen aan burgerschapsvorming. In 2009 heeft de school de kwaliteitskaart (beleid) betreffende burgerschap en sociale integratie opgesteld. Daarin staan deze activiteiten vermeld. Deze is op aanvraag in te zien bij de directie.
• Godsdienstige vorming (methode: Hellig Hart):
Onze school is een Rooms-katholieke school. Wij geven godsdienstige vorming vanuit ons geloof in het Evangelie. Wij willen kinderen leren dat iedereen zijn eigen manier van ‘geloven’ heeft en dat ieder mens de moeite waard is. Dat komt tot uitdrukking in de catecheseprojecten. In de hele school zijn we met hetzelfde thema bezig, iedere groep op zijn eigen niveau. Betreffende de identiteit hebben we in 2009 een kwaliteitskaart opgesteld waarin we aangeven hoe wij inhoud geven/ aan onze identiteit en deze uitdragen.
• Klassenmanagement en zelfstandig werken
De leerstof is per jaargroep afgestemd en wordt grotendeels klassikaal aangeboden. Differentiatie van instructie en verwerking vindt binnen de groep plaats. Dit door toepassing van een ‘getrapt instructie model’. Dit wil zeggen dat instructie van leerstof op verschillende niveaus wordt gegeven. Het zelfstandig werken staat daarbij centraal. Kinderen die minimale instructie nodig hebben wordt de mogelijkheid geboden zelfstandig, op niveau, verder te werken. Daarnaast is er een groep kinderen die de basisinstructie volgt en een groep die verlengde instructie nodig heeft. Er worden verschillende werkvormen gehanteerd: individueel, kleine of grotere groep(en) en samenwerking met andere leeftijdsgroep. Indien noodzakelijk werken kinderen met een voor hen specifiek aangepast programma. Niet alleen instructie wordt op verschillende niveaus gegeven, ook de verwerking wordt aan het niveau van het kind aangepast.
Zelfstandig werken
Op gezette tijden worden de kinderen in de gelegenheid gesteld aan verkregen taken te werken. Deze zijn kenbaar gemaakt op een voor de kinderen bekende wijze: middels pictogrammen of een overzicht. Dit kan een dag- of weekoverzicht zijn. Zo kunnen kinderen in eigen tempo en op eigen niveau werken. De basisstof is voor iedereen ‘verplicht’. Ook de 'eigen taken' zijn verplicht. Bij deze taken werken de kinderen aan een onderdeel dat aangepast is aan de behoeften. Dat kan zijn 'oefenen', 'herhalen', 'verdiepen' of 'verrijken'. Daarna kunnen de kinderen werken aan 'keuzetaken'. Echter, voor kinderen die meer aankunnen is uitdagend extra materiaal beschikbaar evenals voor kinderen die moeite hebben met het basisprogramma. Voor hen zijn voor de hoofdvakken remediërende materialen beschikbaar.
Kinderen instrueren elkaar of worden gestimuleerd zelf een oplossing te zoeken. Allerlei samenwerkingsvormen worden daarbij gehanteerd. De leerkracht is vooral sturend/ begeleidend bezig. Tevens ontstaat er voor hem /haar tijd om extra aandacht te geven aan de kinderen die dat nodig hebben. De kinderen zijn zelf grotendeels verantwoordelijk voor het door hen geleverde werk. Zij gaan zelf plannen, uitvoeren en corrigeren. Naast het cognitieve aspect bestaat er ook aandacht voor werkhouding: leerlingen zijn afhankelijk van elkaar. Zelfstandig werken en leren en samenwerken is een leerproces en dat speelt op de Regenboog een grote rol. Daarom hebben we een kwaliteitskaart opgesteld voor zelfstandig werken waarin de doorgaande lijn voor groep 1 t/m 8 gewaarborgd is.
Groepen 3 t/m 8
• Lezen (methoden: Lekker Lezen, Veilig Leren Lezen, Tekst verwerken):
In de groepen 1/2 is de aanvang van het lezen, schrijven en rekenen. In groep 3 ligt de nadruk op het leren lezen, schrijven en rekenen. Geleidelijk gaat het over naar meer vakgericht onderwijs geven.
Aan het leren lezen hechten we veel waarde. Onze methode is erop gericht dat de kinderen dat goed leren. Bij het ene kind gaat dat vlotter dan bij het andere kind. Daar zijn we op gespitst en we bieden dan ook hulp als dat nodig is.
Na groep 4 verschuift de aandacht van leren lezen naar het begrijpend lezen en nog later naar het studerend lezen. We hebben daarvoor een aparte methode. In de groepen 7 en 8 leren de leerlingen naast begrijpend ook studerend lezen. Dat wordt gedaan m.b.v. één methode.
• Nederlandse taal (Taal in beeld):
Vroeger lag de nadruk bij taal op het foutloos kunnen schrijven van onze taal. Dat is nog steeds een heel belangrijk aspect, maar ook andere onderdelen krijgen de aandacht. Zo besteden we aandacht aan het leren praten en het luisteren naar wat anderen zeggen. We leren leerlingen hun eigen mening onder woorden te brengen. Het goed kunnen schrijven van de taal blijft echter een belangrijk onderdeel van ons taalonderwijs. Tevens wordt aandacht besteed aan taalbeschouwing en woordenschat.
• Schrijven (Handschrift):
Ook in dit computertijdperk is het van belang je eigen gedachten, gevoelens op schrift te kunnen stellen en berichten van anderen te kunnen ontcijferen. Schrijven neemt een eigen plaats in.
• Rekenen en wiskunde (methode: Rekenrijk):
In het rekenonderwijs zijn er verschillen. Het rekenen bestaat uit sommen maken, tafels leren, vermenigvuldigen, staartdelingen en breuken. Tevens leren de kinderen rekenen door het oplossen van praktische probleempjes die ze in het dagelijkse leven tegenkomen. De kinderen leren ook tabellen en grafieken maken en lezen.
• Wereldoriënterende vakken (methoden: Tijdstip, Geobas, In Vogelvlucht):
In de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en techniek willen we kinderen leren hoe onze aarde eruit ziet, wat er op leeft en wat er in het verleden mee gebeurd is. Wij geven de vakken apart, maar proberen leerlingen de verbanden en de samenhang te laten zien. We hebben er methoden voor en maken tevens dankbaar gebruik van materialen die via de NOT (Nederlandse Onderwijs Televisie) beschikbaar zijn. Onder de noemer wereldoriënterende vakken horen ook maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting en geestelijke stromingen.
• Creatieve vakken (methode: Meer met muziek):
Wij werken op school aan creativiteit, omdat wij dat voor de ontwikkeling van kinderen heel belangrijk vinden. Naast handvaardigheid, tekenen en muziek denken wij daarbij aan het kunnen oplossen van problemen en het uitdrukken van de eigen emoties, gevoelens, enz.
• Engels (methode: The Team):
In de groepen 7 en 8 krijgen de kinderen Engels. De bedoeling is de kinderen met het vak kennis te laten maken. De nadruk ligt op het kunnen spreken en luisteren.
• Computer:
De computer neemt een steeds belangrijker plaats in de maatschappij in. Ook op school wordt het belang van de computer steeds groter. Bij veel vakken wordt gebruik gemaakt van de computer. De leerlingen leren er zelfstandig mee werken en leren informatie opzoeken. De leerlingen krijgen bij onderwijsprogramma’s direct een feedback op datgene wat ze doen. Bij ons dient de computer als:
- werk-/oefenvorm: er is voor elke groep, op verschillende niveaus, geschikte software aanwezig. Enkele programma’s zijn methodegebonden, ander methode-onafhankelijk. Ook zijn er remediërende programma’s aanwezig.
- informatiebron: kinderen kunnen gericht op internet of in de encyclopedie zoeken naar bepaalde informatie.
Voor iedere groep zijn minstens twee computers beschikbaar. Op beide locaties is een netwerk aangelegd.
• Zintuiglijke/lichamelijke ontwikkeling:
De kinderen van de groepen 1 en 2 hebben minstens twee maal per week gymnastiek. Dit vindt plaats in de speelzaal van school.
De groepen 3 t/m 8 krijgen tweemaal per week gymnastiekles. De gymnastiek wordt gegeven in de Frisozaal en de Vlietzaal. De groepen 3 t/m 5 gaan er lopend naar toe. De groepen 6, 7 en 8 gaan op de fiets, onder begeleiding van de groepsleerkracht. Voor de groepen 4/5 t/m 8 is er een vakleerkracht.
Binnen Voorschoten zijn jaarlijks sportdagen waaraan De Regenboog actief deelneemt.
• Culturele vorming:
De kinderen krijgen jaarlijks een aanbod via ‘Kunstmenu’. Dat wil zeggen dat elke groep een voorstelling bezoekt. In de basisschoolloopbaan krijgen de kinderen zo met alle aspecten van toneelkunst te maken.
• Huiswerk:
De kinderen van de groepen 6 t/m 8 krijgen huiswerk. Het is altijd leerstof die in de klas behandeld is en thuis moet worden 'ingeslepen'. Het leerwerk wordt gedaan als voorbereiding op de proefwerken. Vanaf groep 6 wordt dat gedaan voor de zaakvakken, vanaf groep 7 komt daar ook Engels bij. Er is een opbouw in hoeveelheid en benodigde tijd. De leerlingen leren huiswerk op te schrijven en te plannen. In de groepen 7 en 8 krijgen de kinderen ook 'maakwerk' mee naar huis.
Catechese
Het vak godsdienst/levensbeschouwing speelt in op vragen die kinderen zich stellen wanneer ze te maken krijgen met situaties en ervaringen die niet gewoon en vanzelfsprekend zijn. Bedoeld worden bijvoorbeeld het lijden of overlijden van een naaste, oorlogen, verbroken relaties, maar ook gelukservaringen, zoals het je verwonderen over de natuur, het krijgen van een zusje/broertje, enz. Deze ervaringen roepen vragen op naar het waarom en het hoe, maar ook vragen naar: wat zal ik nu doen en wat juist niet. Door middel van onze lessen proberen wij kinderen te helpen bij het zoeken naar antwoorden of de richting aan te geven waarin eventuele antwoorden te vinden zijn. Daarbij gaan wij niet alleen uit van de christelijke traditie, maar laten ook andere overtuigingen aan bod komen.
Naast de projecten uit de methode “Hellig Hart” worden er in alle groepen verhalen uit de bijbel verteld. Er is daarvoor een bijbellijn, een schema dat aangeeft welk verhaal wanneer verteld wordt. De school heeft intensieve contacten met de parochie. Thema’s uit bovengenoemde methode worden in vieringen (Kerst en Pasen) in de kerk uitgediept. Bij de eerste communie voor groep 4 en het vormsel van groep 8 is er een intensieve samenwerking tussen school en parochiële werkgroepen.